På tur of niet på tur?
- Arjan

- 11 jun 2021
- 4 minuten om te lezen
We keken er al even naar uit, want het ‘gespeel’ op de achterbank was al een tijdje bijzonder vervelend. Rondvliegende waterflessen, getrap tegen de voorstoelen en de arme Lola op haar matje ertussen. Tijd voor middagslaapjes! En toen het rechts op de achterbank langzaam stil werd keken we elkaar tevreden aan, de grootste druktemaker gaat slapen. Waar we in onze voorzichtige jubelstemming geen oog voor hadden waren de zachte kreuntjes en het aanhoudend gapen. Dat bleken dus voortekenen. Want nog geen minuut later volgde een onmiskenbare braakpartij waar de bijrijdersstoel nog met rillingen aan terugdenkt. En de nek van Marijn, want de hoofdsteun liet een klein spleetje over.
En zo waren we opeens het onderwerp in een scene die ik al meermaals langs de kant van menig snelweg had verafschuwd; een onder-gebraakt kind dat langzaam tot op de luier wordt afgepeld om er dan achter te komen dat de toetenboeners op zijn en je verder moet met oude servetten van een fastfood restaurant.
Ter onzer verdediging, we verkeerden in de gelukkige omstandigheden dat geen van onze kinderen überhaupt ooit had overgegeven, dus de voortekenen waren ons niet bekend (nee, dat dokter-argument telt niet). Hoe heeft het dan toch zover kunnen komen?
Het antwoord is de 520 tussen Sauda en Røldal. Half mei reden we, na een tip van onze huisbaas, over de bergweg tussen 2 wintersport plaatsjes die 2 dagen ervoor heropend was na een ongekend sneeuwseizoen. Kronkelend tussen metershoge sneeuwmuren en gletsjerblauwe meertjes waanden we ons in een andere wereld. De overweldigende landschapswisselingen maakten veel indruk op ons, maar dus ook op de maag van onze dochter.
Deze rijksweg 520 was de opmaat voor onze eerste campingtrip in Noorwegen. Het zou 'droog' blijven en onze nieuwe slaapzakken garandeerden comfort tot -5ºC, ruim baan dus. Noorwegen kent een allemannsrett, het recht van overpad en overnachting in de bergen, bossen en langs het water, zolang je maar 150meter afstand houdt van bewoonde huizen. Dat is met een tentje op een bergkam gemakkelijk te realiseren, maar met de Toyota is het wat meer zoeken. En daar zijn we nog wat onwennig in, want om zomaar je auto ergens te parkeren en de tent uit te klappen voelt wat opdringerig en not done. Maar, do as the Norwegians do, dus nadat we op de meest onmogelijke plekken campers geparkeerd zagen verdween ook onze schroom. En zo bevonden we ons zomaar op misschien wel onze mooiste campsite ooit, op een kleine landtongetje aan het Kvinnheradsfjord.
De afgelopen 2-3 maanden hebben we Haugesund en haar omgeving langzaam leren kennen. Waar is de beste koffie? Waar doen we boodschappen? Dagtochtjes, etentjes met collega's, uitnodigingen van vrienden in hun cabin aan een fjord, onze eerste vis gevangen. Alles draagt bij aan het beeld wat zich langzaam vormt van dit land; wat een vriendelijk volk en wat een prachtig natuurschoon. De Noren lijken een ongekende drang te hebben om van de 'lichte' maanden te genieten, om op pad te gaan, på tur. De maanden waarin de dagen eindeloos zijn en waarin de donkerte moet worden gecompenseerd met huttentochten, campingtrips en wandelingen. Alles buiten. En conform het inburgeringsplan is nu ook bij ons het hek van de dam. Dé hamvraag voor elk leeg weekend, på tur of niet på tur? Vanaf de woensdag worden de verschillende weerapps naast elkaar gehouden en zodra de voorspellingen het toelaten vullen de we koelbox met worstjes en wafel beslag en gaan we på tur, op pad.
Maar deze trips kleuren slechts de helft van ons prille Noorse bestaan in, werk en bureaucratie vullen de rest van de week. Waar Marijn haar werkweek volledig in het ziekenhuis doorbrengt doe ik dat slechts 50%, de andere 50% gaan op aan de bureaucratische beslommeringen die een verhuizing naar het buitenland met zich meebrengen. De Fødselsnummer Quest is beslecht, we zijn officieel inwoner van Noorwegen! De beste man van het lokale belastingkantoor is mij dat nieuws hoogstpersoonlijk in het ziekenhuis komen meedelen. Of hij was daar voor zijn jaarlijkse controle, dat moge onduidelijk zijn. Hij was in ieder geval erg uitgelaten in de ziekenhuishal. Openstaande uitdagingen als importeren van de auto en het openen van een bankrekening liggen nog in het verschiet. Maar beetje bij beetje lijken de zaken op orde te komen. Zo niet de taal..
Du er så flink, så bra!! De loftuigingen die ons ten deel vallen als we een voorzichtig Noors gesprekje voeren zijn hartverwarmend. Maar het staat in schril contrast tot onze daadwerkelijke beheersing van de taal, want alle olievelden nog aan toe, wat is die taal lastig! We doen ons best, proberen zo veel mogelijk in praktijk te brengen, maar de hoffelijkheid die de Noor kenmerkt werkt in ons nadeel. We worden niet gecorrigeerd, alleen maar toegelachen en aangemoedigd. Men accepteert het hartelijk wanneer ik collega's een goed paard toewens in plaats van een goed weekend. Så bra! Patiënten zijn al even hoffelijk en bovenal positief gestemd als we vertellen over onze komst naar Haugesund. De vragende blikken naar de verpleegkundige als wij een volgende volzin proberen te maken lijken daar niet aan af te doen.
Men accepteert het hartelijk wanneer ik collega's een goed paard toewens in plaats van een goed weekend!
Dialecten zijn veel hier voorkomend en elke kommune (gemeente) lijkt een andere uitspraak te hebben, schipperend tussen 2 officiële Noorse talen Bokmål en Nynorsk. Dit maakt het taalvraagstuk complex. En hoe goed de basis ook is die we in Nederland al geleerd hebben, het is wel degelijk een frustratie. Ingecalculeerd weliswaar, maar een frustratie desalniettemin. Het niet kunnen zeggen wat je wil, het zoeken naar woorden, het gestamel. Het degradeert je tot een kinderlijke versie van je zijn en het maakt aanhaken tijdens gesprekken in de koffiekamer vrijwel onmogelijk. Het zijn vooral onze eigen verwachtingen waaraan we niet kunnen voldoen. Maar zoals gezegd, dit is ingecalculeerd leed en zal met de tijd zeker gaan verbeteren, niet in de laatste plaats omdat het ziekenhuis ons gestuntel heeft beloond met een eigen 'Haugesundse' taaldocent onder werktijd.
De kids hebben zo hun eigen leercurve, die confronterend genoeg een stuk steiler lijkt te verlopen dan die van ons. Ze vliegen over het schoolplein met hun vriendjes en vriendinnetjes om ons thuis te trakteren op woordjes die we niet kennen en liedjes die we niet snappen. Of zij het zelf wel begrijpen is me niet duidelijk, maar ze hebben er geen hinder van. Die onbevangenheid is een prachtig voorbeeld.
Dan tot slot de roze olifant, we kunnen de vragen immers niet blijven negeren. Maar ja natuurlijk, we zijn gewoon voor Nederland tijdens het EK!! Noorwegen doet overigens ook niet mee..






































Wauw wat is het mooi daar! Leuk om jullie verhalen te kunnen volgen!
Wat een prachtig landschap,om bij weg te dromen!
En is Haugensund al schimmelvrij?
Geniet maar fijn.
Gr Yvonne